Aan welke eisen moet een noodstop voldoen?

Noodstop
0
Aan welke eisen moet een noodstop voldoen?

Aan welke eisen moet een noodstop voldoen?

Een noodstopvoorziening is een cruciale veiligheidsmaatregel op machines, ontworpen om dreigende of reeds ontstane gevaarlijke situaties af te wenden. Het doel is om een machine of proces zo snel mogelijk in een veilige toestand te brengen. Noodstoppen zijn een aanvullende beschermingsmaatregel en vervangen nooit de primaire veiligheidsvoorzieningen.

De eisen aan een noodstop zijn vastgelegd in verschillende normen en richtlijnen, met als belangrijkste:

Machinerichtlijn 2006/42/EG: Deze Europese richtlijn stelt algemene veiligheids- en gezondheidseisen aan machines. Artikel 1.2.4.3 van Bijlage I van de Machinerichtlijn eist dat machines zijn voorzien van één of meer noodstopinrichtingen, tenzij dit geen vermindering van het risico zou bewerkstelligen.

NEN-EN-ISO 13850: Deze geharmoniseerde norm specificeert de functionele eisen en ontwerpbeginselen voor noodstopapparatuur.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste eisen waaraan een noodstop moet voldoen:

1. Algemene vereisten en toepassing:

  • Doel: Het stoppen van een gevaarlijke beweging of proces om letsel of schade te voorkomen of te beperken.

  • Risicobeoordeling: Een risicobeoordeling van de machine bepaalt de noodzaak, het aantal en de plaatsing van noodstopvoorzieningen, evenals de vereiste stopcategorie en betrouwbaarheid (Performance Level – PL of Safety Integrity Level – SIL).

  • Aanwezigheid: Een noodstop moet aanwezig zijn op:

  • Elke bedieningsplaats (control station).

  • Andere locaties waar interventie aan de machine nodig kan zijn (bijv. invoer-/uitvoerzones, laad-/losposities), zoals bepaald door de risicobeoordeling.

  • Indien een machine niet volledig te overzien is of meerdere bedieningsposten heeft die niet binnen direct handbereik zijn.

2. Ontwerp en uiterlijke kenmerken:

  • Kleur: De bedieningsknop (actuator) moet rood zijn.

  • Achtergrond: De achtergrond direct rondom de actuator moet, indien mogelijk, geel zijn.

  • Vorm: Vaak een paddenstoelvormige drukknop die gemakkelijk met de handpalm te bedienen is.

  • Labeling: De tekst “noodstop” of “E-stop” is niet toegestaan. Het gestandaardiseerde symbool voor noodstop (IEC 60417-5638: een rode cirkel met daarin een uitroepteken of een simpele rode cirkel/paddenstoel op een gele achtergrond) mag wel gebruikt worden. Eventuele pijlen voor de draairichting bij het resetten moeten dezelfde kleur hebben als de knop.

  • Zichtbaarheid en Bereikbaarheid: De noodstop moet duidelijk herkenbaar, goed zichtbaar en snel en zonder gevaar bereikbaar zijn.

  • Plaatsingshoogte: Vast aangebrachte noodstopknoppen (exclusief voetpedalen) moeten zich op een hoogte tussen 0,6 meter en 1,7 meter boven het toegangsniveau bevinden.

  • Voorkomen van onbedoelde bediening: Maatregelen (zoals een beschermkraag of verzonken montage) kunnen worden genomen om onbedoelde activering te voorkomen, mits deze de bediening, zichtbaarheid en identificatie niet belemmeren.

3. Functionele eisen:

  • Directe actie: Na activering moet de noodstop het gevaarlijke proces zo snel mogelijk stoppen zonder bijkomende gevaren te creëren.

  • Vergrendeling (Latching): De noodstop moet na bediening in de geactiveerde (stop)positie vergrendeld blijven totdat deze handmatig wordt gereset.

  • Het resetten van de noodstop mag de machine niet automatisch herstarten. Een afzonderlijke, bewuste startopdracht is vereist.

  • De reset-actie mag pas mogelijk zijn nadat het commando dat de noodstop activeerde, is weggenomen (de knop moet ontgrendeld worden).

  • De reset moet plaatsvinden op de locatie waar de noodstop is geactiveerd.

  • Stopcategorieën (volgens NEN-EN-ISO 13850): De keuze wordt bepaald door de risicobeoordeling.

  • Stopcategorie 0: Onmiddellijke uitschakeling van de energietoevoer naar de aandrijving(en) van de machine (ongecontroleerde stop).

  • Stopcategorie 1: Een gecontroleerde stop waarbij de energietoevoer naar de aandrijving(en) van de machine behouden blijft om de beweging tot stilstand te brengen, waarna de energietoevoer wordt uitgeschakeld zodra de stilstand is bereikt.

  • Stopcategorie 2 is een gecontroleerde stop waarbij de energietoevoer naar de aandrijving(en) behouden blijft. Dit is over het algemeen niet geschikt voor een noodstopfunctie zoals bedoeld in ISO 13850, omdat het de energie niet afschakelt.

  • Betrouwbaarheid: De noodstopfunctie moet een bepaald Performance Level (PLr volgens EN ISO 13849-1) of Safety Integrity Level (SIL volgens EN 62061) hebben. Minimaal is vaak PLc / SIL 1 vereist, maar dit hangt af van de risicobeoordeling. Voor hogere niveaus (PLd of hoger) zijn vaak tweekanaals systemen nodig.

  • Fail-safe: Het ontwerp moet “fail-safe” zijn, wat betekent dat bij een storing (bijv. draadbreuk) de machine naar een veilige toestand gaat of de noodstopfunctie niet verloren gaat. Normaal gesloten (NC) contacten worden hiervoor vaak gebruikt.

4. “Span of Control” (Bereik van de noodstop):

  • Het moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn welk deel van de machine of installatie door een specifieke noodstop wordt beïnvloed. Dit moet vanaf de bedieningspositie van de noodstop duidelijk zijn.

  • Pictogrammen kunnen gebruikt worden om het bereik aan te duiden, vooral bij complexe machines of installaties met meerdere zones.

5. Specifieke situaties:

  • Draadloze en mobiele bedieningspanelen: Als deze een noodstop hebben, moeten er maatregelen zijn om verwarring te voorkomen, zoals een vaste opberglocatie voor niet-actieve panelen. Als het “span of control” niet volledig waarneembaar is, kunnen extra resetknoppen rond de machine nodig zijn.

  • Oudere machines (van voor 1995): Deze vallen onder de Richtlijn Arbeidsmiddelen (Arbobesluit Hoofdstuk 7).

  • Een risicobeoordeling moet uitwijzen of een (extra) noodstopvoorziening nodig is en of de bestaande voorzieningen adequaat zijn.

Belangrijk:

  • Een noodstop is bedoeld voor noodgevallen en mag niet gebruikt worden voor normale operationele stops.

  • De noodstopfunctie moet altijd operationeel zijn, onafhankelijk van de bedrijfsmodus van de machine (tenzij specifiek uitgesloten na een risicobeoordeling voor bepaalde modi, zoals bij opzettelijk handmatig ingrijpen onder specifieke veilige condities).

  • Het correct ontwerpen en implementeren van noodstopvoorzieningen is essentieel voor de machineveiligheid en vereist een grondige kennis van de toepasselijke normen en een zorgvuldige risicobeoordeling.


Commenting is only possible when logged in.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel geplaatst.