De 3 stopcategorieën volgens EN 60204-1
De manier waarop een machine stopt na een commando (zoals een noodstop) is cruciaal voor de veiligheid van mens en machine. Deze stops worden onderverdeeld in drie categorieën, gedefinieerd in de normen EN ISO 13850 en EN 60204-1.
Categorie 0: Onmiddellijke stopzetting:
Bij een stop in categorie 0 wordt de energievoorziening naar de aandrijfsystemen direct en onmiddellijk onderbroken.
Hoe het werkt: De stroom wordt direct van de motoren gehaald. De machine komt "vrijlopend" tot stilstand of stopt door mechanische remmen die niet afhankelijk zijn van elektrische energie.
Toepassing: Dit is de meest fundamentele vorm van stoppen. Het wordt gebruikt bij direct levensgevaar of elektrische risico's.
Voorbeeld: Een cirkelzaag waarbij het blad direct moet stoppen om ernstig letsel te voorkomen.
Categorie 1: Gereguleerde stop met uitschakeling:
In categorie 1 wordt de machine eerst gecontroleerd tot stilstand gebracht, waarna de energievoorziening pas definitief wordt uitgeschakeld.
Hoe het werkt: Het besturingssysteem gebruikt de aanwezige energie om de machine actief af te remmen (bijvoorbeeld via een frequentieomvormer). Zodra de machine stilstaat, wordt de stroom automatisch verbroken.
Toepassing: Ideaal voor machines met een grote massa of hoge snelheid die schade zouden oplopen (of instabiel zouden worden) bij een abrupte stop.
Voorbeeld: Een transportband met zware lading of een robotarm die in een stabiele positie tot stilstand moet komen.
Categorie 2: Gereguleerde stop met behoud van energie:
Bij categorie 2 stopt de machine gecontroleerd, maar blijft de energievoorziening naar de aandrijfsystemen (actuatoren) aanwezig.
Hoe het werkt: De machine stopt met bewegen, maar de motoren blijven onder spanning staan om bijvoorbeeld een positie vast te houden.
Toepassing: Deze categorie is zeer beperkt en wordt zelden als noodstop gebruikt. Het is alleen toegestaan als het uitschakelen van de energie een groter gevaar zou opleveren (bijvoorbeeld het vallen van een last).
Belangrijk: Omdat de energie aanwezig blijft, wordt deze categorie meestal als ongeschikt beschouwd voor een officiële noodstopfunctie.
Belangrijke overwegingen bij de keuze:
De keuze voor een specifieke stopcategorie is altijd het resultaat van een grondige risicobeoordeling. Hierbij gelden de volgende vuistregels:
Noodstop-voorkeur: Voor een noodstop wordt vrijwel altijd gekozen voor Categorie 0 of 1.
Restrisico: Categorie 2 wordt afgeraden voor noodsituaties omdat er een reëel risico blijft bestaan door de actieve energie in het systeem.
Aanvulling: Onthoud dat een noodstop een secundaire beveiliging is. Het is nooit een vervanging voor primaire maatregelen zoals hekwerken of lichtschermen.
Samenvatting per categorie:
- Categorie 0: Energie direct uit, niet gecontroleerd remmen. Geschikt voor noodstop.
- Categorie 1: Gecontroleerd remmen, daarna energie uit. Geschikt voor noodstop.
- Categorie 2: Gecontroleerd remmen, energie blijft aan. Meestal ongeschikt voor noodstop.